Meeuwes Pool – Ambachtsschool 62-65

, , Leave a comment

Meeuwes Pool is een geboren Zaandijker en op het Hazenpad in Zaandijk geboren. Hij woont nu al 40 jaar in Koog aan de Zaan, maar Zaandijk blijft altijd trekken.  Hij is daar ook op de lagere school aan de Tuinstraat gegaan. Al vroeg had hij belangstelling voor het bakkersvak. Zijn broer werkte bij bakker Jongejans en van lieverlee raakte hij daar in z’n vrij tijd bij betrokken. En samen met Klaas van Exter, die ook naar de Ambachtsschool ging, werkten ze woensdag- en zaterdagmiddag in de bakkerij. Tegen het einde van de lagere schooltijd had hij al z’n keus gemaakt om in het bakkersvak verder te gaan. Zijn vader werkte bij Crok & Laan in Wormerveer en die kant wilde hij beslist niet op; nee het was het bakkersvak.

 

De derde klas was eigenlijk de leukste periode, je begint het vak beter onder de knie te krijgen en als groep groei je naar elkaar toe. Meeuwes heeft, net als iedereen, het voorbereidend jaar gedaan, maar daarna begon hij aan de brood- en banketopleiding. De bakkers waren wel populair op de school want als ze gebakken hadden mochten ze de school rond om de spullen te verkopen. En voor speciale periodes maakte je weer aparte dingen zoals met Pasen mooie chocolade-eieren. Met Sint Niklaas mocht je marsepein boetseren, maar dat deden we bij de andere leraar (Jan) van Vuuren, de theorieleraar.

Derde klas bakkersopleiding.

De praktijk hadden ze van meneer van der Linden, een klein druk mannetje. Hij werd wel snel kwaad, niet dat zij lieverdjes waren, maar bij hem ging het heel snel mis en dan begon hij met de deegroller op de werkbank te hengsten van boosheid. Je had, ook van huis uit, wel respect voor de leraren; de tijden waren anders dan nu.

Omdat wij voor brood en banketbakker leerden was voor ons een verplicht vak Frans, dat werd gegeven door de Heer Dorgeloo, nu ik er later aan terugdenk dan hebben wij het die man niet makkelijk gemaakt, het was een zachtmoedige man. In de klas werd de nodige rottigheid uitgehaald, deze man kon toch niet straffen, bij anderen lag dat anders, omdat de meeste van ons in de vrije tijd bij een bakker werkten, wist men je wel te straffen dat je op je vrije middag voor straf moest terugkomen.

 

Er stond 1 grote electrische oven en daar kon alles in. Als ze brood maakten, maakte je maar drie broden en een stuk of tien kleine broodjes per leerling. Bij elkaar ging dat de oven in. Je haalde eerst je eigen, knapste broodjes eruit en het andere ging naar de verkoop. Met gebak maakte je een beperkte hoeveelheid. In tegenstelling tot andere vakken, hielden ze in hun klas geen werkstukjes over, die werden allemaal opgegeten. Maandag was brooddag en dan nam je vers brood mee naar huis, tegen kostprijs hoor.

 

Iedereen kwam op de fiets, jongens uit Purmerend, Assendelft. Pas in de derde klas waren er een paar die een brommertje hadden. Ook gingen we een week op excursie maar wel op de fiets, naar de Gist en Brocadefabriek in Delft. We sliepen in een jeugdherberg in Rotterdam en terug over de Kaag waar we ook weer een jeugdherberg aandeden. Een paar jongens waren op de brommer. En als er een lekke band geplakt was moesten die jongens je weer terugbrengen in de groep. Het receptenboek dat hij daar kreeg gebruikt hij nog steeds, maar kan het nu even niet vinden. Maar op dat soort hebbedingetjes was je gek als jonge bakker. Tegenover de Ambachtsschool in de Westzijde had je een magazijn, soort groothandel, met spullen voor de bakkerij. En als er spullen gehaald moesten worden, werd erom gevochten wie er heen mocht. Je kreeg daar altijd leuke dingen zoals een deegkrabbertje.

 

Aandenkens van de school heeft Meeuwes niet, nooit gehad ook. Alleen de foto die in Klas Apart heeft gestaan die door de jongen van Leguit erop was gezet. Dezelfde foto stond ook op de website Schoolbank. Via de muziek komen we op de schoolfeesten die ze organiseerden. Dan werden de meisjes van de huishoudschool bij de Frans Halsstraat uitgenodigd. En zo komen we op de kantine van de Ambachtsschool. In de kantine had iedereen een eigen tafel en daar werd streng op toegezien. Je kwam binnen en daar moest je zitten en ook om de beurt weer de kantine uit.Later kwamen de snacks in de kantine, kroketten, en dat moesten de bakkers doen.

 

In het eerste jaar, het voorbereidend jaar, ging je met angst en beven naar school, want je wist dat je ontgroend werd. Op het schoolplein had je het in de eerste week niet makkelijk. Er zaten er een paar van die oudere jongens die konden je een flinke schop onder je kont geven. De poort ging op slot dus je kon er ook niet af en je nergens verschuilen.

 

Werken

Na de Ambachtsschool zat hij eigenlijk zonder baan want hij ging ervan uit dat hij bij bakker Jongejans in dienst kon komen, daar werkte hij al in z’n vrije tijd. Maar dat ging niet door, z’n vriend Klaas van Exter die er ook al werkte werd aangenomen; een teleurstelling. Hij kwam toen bij bakker Hooyschuur in de Hyacintstraat in Koog a/d Zaan te werken. Na een jaar beviel dat toch minder dan hij had gedacht, hij maakte lange dagen, 6 dagen in de week. Bovendien klikte het niet zo met de baas.

 

Hij had ook een ventwijk. ’s Morgens om 7 uur beginnen en dan om tien uur ging hij z’n ventwijk in. Als hij dan in de middag terug was weer in de bakkerij werken tot het eind van de middag rond vijf uur. Op vrijdag werd er ’s avonds doorgewerkt tot 9 uur, dan werd er krentenbrood gemaakt voor het weekeinde. De volgende ochtend om half zes begon het weer in de bakkerij tot ’s avonds zes en dan daarna nog met je vrienden op stap. Voor die zestig uur in de week die hij maakte ontving hij 37,50 aan loon. En z’n vrije middag ging hij naar school om verder te leren.

 

Het waren kleine bedrijfjes en de bakker zelf begon al ’s nachts. Als ik in de bakkerij kwam in de ochtend kwam het eerste brood al de oven uit. Dan kon hij een paar uurtjes slapen en nam ik het als 16-jarig ventje over. Als ik om tien uur ging venten kwam hij terug in de bakkerij en ging hij ook venten. Als hij dan van het venten terug kwam ging hij eerst een uurtje slapen en om een uur of vier nam hij de bakkerij weer over van mij en ging dan tot ’s avonds door, weer een paar uurtjes slapen en dan vroeg in de ochtend was hij alweer bezig. Als je geen liefde voor het vak had hield je dat niet vol en ik had dat niet.

Z’n kameraad die bij Bakker Jongens in Zaandijk werkte, kwam op een dag langs en vertelde dat ze bij Verkade konden werken met een beter salaris. Meeuwes begon daar in de ontbijtkoekfabriek maar leerde het hele bedrijf kennen en begon daar een opleiding voor bedieningsvakman. Na vier jaar Verkade en een diploma op zak is hij bij Crok & Laan terecht gekomen en heeft daar 40 jaar gewerkt in de procestechniek.

Crok & Laan vanaf de Zaan gezien

 

Hij heeft de eerste opleiding ‘bedieningsvakman’ gedaan op de oude school in de Wilhelminastraat in  Krommenie, toen naar de Technische Eendagsschool in Zaandijk en als laatste naar de Stationsstraat in Zaandam. Daar heeft hij t/m de C-opleiding gedaan. Toen hij bij Crok & Laan in dienst kwam is hij verder gegaan met opleidingen.

 

Nadat hij getrouwd was heeft hij nog wel een tijdje thuis gebakken, oventje gekocht, maar na een jaar is hij daar mee gestopt. Z’n brood koopt hij nog steeds bij een goeie warme bakker, want dat verschil met fabrieksbrood proef je.

 

Naast zijn dagelijkse werk is Meeuwes jarenlang vrijwilliger bij de Brandweer in Koog aan de Zaan geweest. Hij houdt ook de geschiedenis bij en voor de geschiedenis van Crok en Laan heeft hij een website opgezet.

 

De link naar de website over Crok & Laan: //historisch-archief-loderscroklaan.jouwweb.nl/

 

 

Leave a Reply