Scheepswerf de Beer

, , Leave a comment

Waarom scheepswerf de Beer? Omdat mijn vader daar werkte en ik er als klein ventje rond liep. Mijn vader, Gerard Meijns, was er magazijnmeester en in zijn kantoortje en aan het loket was het een voortdurend komen en gaan van mensen. Een praatje hier en daar en ondertussen even een sigaretje roken. Daarom Scheepswerf de Beer.

 

Kraaier

scheeps-en-jachtwerf-kraaier-1935Dit stuk over de Scheepswerf de Beer begint met scheepswerf Kraaier en wel met de vader van Jaap Kraaier jr. die een scheepswerfje, kanowerf ‘Vissershop’, achter zijn huis aan de Zuiddijk had. Daar bouwde hij jollen voor boeren en vissers en bootsmansvletten. In 1929, het moment dat de sloot achter zijn huis werd gedempt, verplaatste hij zijn werfje naar het einde van de Zuiddijk waar zowel ruimte als water in overvloed was.

Het was geen vetpot voor het gezin Kraaier, met zes kinderen en een werfje dat zich maar net staande kon houden. Jaap Kraaier, geboren 28 november 1913, had de ambitie het anders en vooral beter te doen. Zijn eerste project was het bouwen van een eigen kano want dat was zijn grote hobby; kanovaren. De eerste kano was geen succes; te groot en te zwaar. Een betere volgde en hij kon zich op z’n kanovaren werpen. Dat deed hij naast het werk bij zijn vader op de werf. In de K1 deed hij het zo goed dat hij in 1934 mee kon doen aan het Europees kampioenschap in Praag en bij de Olympische Spelen in 1936 in Berlijn een bronzen medaille won in de K1 klasse.

 

Kraaier jr. volgde na z’n lagere school de avond-mulo en volgde een jaap_jacob_kraaieropleiding scheepsbouwkunde. Hij werkte mee op de werf en ontwierp zijn eigen kano’s en
kajuitzeiljachten. Zijn connecties die  hij via de sport had opgedaan, zoals de hoofdredacteur van de Waterkampioen Loeff, kwamen nu goed van pas. Het leverde publiciteit en opdrachten op. Aan deze opgaande lijn kwam een eind door de Tweede Wereldoorlog.

 

coppelstock-openkuip-ontwerp-kraaier-1957Na de oorlog moest de werf van voren af beginnen. Jb. Kraaier Sr. verliet de werf en werd opgevolgd door zijn zoon Jaap jr. en diens schoonzoon A. de Beer. De tijd zat mee, er werd weer geld verdiend en vooral in de Verenigde Staten was er vraag naar houten jachten, maar ook naar grotere beroepsvaartuigen.


Coppelstock Openkuip ontwerp Kraaier 1957

 

scheepswerf-de-beer-1965

Door een gunstige dollarkoers kwamen veel orders uit de USA. Om ruimte te scheppen werd een stuk Zaan gedempt waarop een loods werd neergezet.

 

havenboten-indonesieVia de Waterkampioen werd belangstelling vanuit Indonesië gewekt. Men vroeg een offerte voor zes havenboten. Er waren meerdere kandidaten, maar Kraaier kwam als beste uit de bus. De casco’s werden gebouwd bij Camminga’s scheepswerf. Ook werd een opdracht binnen gehaald voor een 10 ton’s bootje voor de Belgische regering om dienst te doen voor de geneeskundige dienst in de Congo.

 

Later kwam er een opdracht voor nog eens achttien havenboten. De Indonesiërs waren goeie klanten, want na de havenboten kwam er een opdracht voor vierentwintig patrouillevaartuigen voor de douane. In totaal zijn er wel 80 boten voor Indonesië gebouwd.

 

Nog even terug naar mijn vader. Hij begon als scheepstimmerman bij Kraaier. Ze kenden elkaar Kraaier, de Beer en mijn vader, hoe, geen idee, maar later stond bij ons achter in de tuin een kippenhok dat mijn vader voor Jaap Kraaier had gebouwd. Fred de Beer en Gerard Meijns gingen vriendschappelijk met elkaar om, zoveel wist ik wel. Het zijn flarden omdat ik het nooit heb kunnen vragen. Thuis had m’n vader een grote kist met timmergereedschap staan, allerlei soorten schaven, groot en klein, beitels in alle maten en zagen. Dat zal dus wel uit die tijd zijn gekomen.

 

Jaren van groei

De jaren 1953 – 1957, waren jaren van groei. De Indonesische opdrachten, de coasters die van stapel liepen.

Met deze opdrachten groeide in de jaren ’50 ook het bedrijf. 14-03-1957-ahblad

Er kwam een tekenkamer, bouwloodsen en verschillende hellingen.

Er moest personeel bij, getuige deze advertentie.

Ondanks het vele werk maakte de ondernemer Kraaier zich zorgen. Afhankelijkheid van 1 grote klant was riskant en hij begon zich te oriënteren op de bouw van coasters. Dat was maar goed ook want vanwege politieke spanningen vielen de Indonesische opdrachten weg. Kraaier besloot zijn belangen in de werf in 1958 over te doen aan zijn schoonzoon A. de Beer (Fred). De juridische vorm werd omgezet in een Naamloze Vennootschap.

 

Kraaier jr. zelf ging zich weer toeleggen op het ontwerpen van zeil- en motorjachten. In een interview met de Waterkampioen in 1995 zei Kraaier, “Het enige wat telt is dat degene die een jacht van jouw hand heeft, ervan kan genieten. Bovendien vind ik dat een jacht niet alleen doelmatig, maar ook mooi van lijn moet zijn. Dat heeft voor mij ook alles met plezier te maken”. Kraaier is ook de ontwerper van ‘de Piraatjol’, een bootje, zelf in elkaar te zetten, voor de kleine, beginnende zeiler. Exit Kraaier dus.

 

Scheepswerf de Beer

Na de Tweede Wereldoorlog was er een enorm tekort aan transportschepen. Er was in de oorlog veel verloren gegaan. Dat werd in de jaren na de oorlog in rap tempo ingehaald. Daar zou de ruimte liggen om te groeien.

 

In de jaren 1957/58, vlak voor de overname werden de coasters nog in hoog tempo afgeleverd.

Schepen          opgeleverd:

Capella           10-01-1957

Olympia          15-05-1957

Deo Duce        10-07-1957

Roelof Jan       20-11-1957

Kleine Beer     19-02-1958

Atlantis           11-07-1958

 

Op deze foto wordt de ‘Capella’ te water gelaten. Zo’n zijwaartse tewaterlating was spectaculair omdat het een grote vloedgolf 27teweeg bracht die de kijkers op de overkant van de haven natte voeten bezorgde als ze niet op tijd wegkwamen.

Als kind was ik hiervan getuige. De mannen sloegen de grote balken weg die het schip nog op de helling hielden en dan gleed het schip langzaam te water. Eerst denk je nog dat ie helemaal omgaat, maar het schip hersteld zich dan en komt recht in het water te liggen.

 

Voor de scheepswerf was een dieptepunt het vergaan, in een vliegende storm op 7 januari 1958 ten noordoosten van Texel, van de coaster Capella. Dit schip voer met een lading suiker van Gdynia Polen naar Londen. Alle 9 bemanningsleden kwamen bij deze ramp om.

 

Maar de overname van de scheepswerf Kraaier in 1958 door Fred de Beer kwam op een ongelukkig moment. Nadat de grote orders uit Indonesië weg gevallen waren door politieke problemen tussen Nederland en Indonesië, werden er grote investeringen gedaan om de overgang van jachtbouw naar de bouw van coasters mogelijk te maken. Dat was ook de reden dat J. Kraaier jr. zich terug trok het bedrijf; hij was het niet eens met de voorgestelde investeringen. Maar eigenlijk kwamen deze investeringen te laat. De concurrentie in eigen land was groot en ook landen als Frankrijk, Spanje, Duitsland kaapten vele orders weg die met geld van hun eigen overheid  concurrerender waren dan de Nederlandse werven die die steun niet kregen.

mary-nubel-2

mary-nubel

 

Dan komt de Mary Nübel, een schip van 7000 ton dat in opdracht van Emder Dampfschiff Kompagnie werd gebouwd. Begin november 1957 werd de kiel gelegd en directeur de Beer maakt van de gelegenheid gebruikt om te melden dat er plannen zijn voor een uitbreiding van de werf van rond de 2 miljoen gulden. De totale investeringen belopen ongeveer 10 miljoen.
De mary Nübel was het grootste schip dat sinds 1921 in Zaandam werd gebouwd. Toen was dat de Soemba die bij de verdwenen werf Conrad van stapel was gelopen.

 

Maar de bouw van de Mary Nübel was een noodgreep, die de nodige extra investeringen met zich meebracht en in feite de doodsteek voor het bedrijf vormde. Er kwam een grote kraan bij, een grote fabriekshal werd op het terrein neergezet.

 

 

Ook in 1958 moeten er al 40 mensen bij de Beer ontslagen worden. De orderportefeuille is leeg. Mary Nübel is het enige schip waar nog aan gewerkt wordt. Om het tij te keren vraagt de Beer bij het Industrieschap Zaanstreek een lening aan van f. 800.000,00 aan. Maar het is te laat. In 1964 vraagt de directie het faillissement aan. De resterende 120 personeelsleden worden ontslagen.

 

 

elftal-scheepswerf-de-beer

Mijn vader heeft dit niet meer meegemaakt; hij overleed in 1961, oud 54 jaar. Bij zijn begrafenis had het personeel van de scheepswerf de gelegenheid afscheid van hem te nemen op de Algemene Begraafplaats die aan de overkant van het bedrijf op de Zuiddijk lag. Op de foto staat hij 2e van rechts als begeleider van het bedrijfselftal.

 

 

 

Bron en fotos: piraat.nl, wikipedia’, en het Gemeentearchief Zaanstad.

Speciale dank aan Ad Schager voor de laatste foto.

 

Leave a Reply