Dirk Schilp en de staking bij de Hembrug

, , Leave a comment

Dirk Schilp (1893-1969), een arbeidersjongen uit Wormerveer. Gezin met vier jongens, zijn vader werkt als machinist op een chocoladefabriek en heeft vast werk. In Wormerveer wonen ze in een klein houten huisje in een steeg niet breder dan een meter waar geen zon binnen komt. Er schuilt een revolutionair in deze arbeidersjongen.

Op z’n twaalfde begint Dirk met werk in een smederij en daar komt hij in aanraking met het socialisme via een smid die onder het werk ‘De Internationale’ zingt en hem het nodige vertelt. Met veertien jaar komt hij in dienst bij machinefabriek Duyvis, een elitefabriek noemt Schilp dat.
In 1913 komt hij, als dienstplichtig soldaat, op voor z’n nummer. Zijn dochter Truus vertelt daarover; ‘In de eerste wereldoorlog werd mijn vader opgeroepen voor militaire dienst, standplaats Den Helder. Omdat hij een technische opleiding had en een bekwame vakman was, werd hij al snel bevorderd tot sergeant. Vreselijk voor een man met zo’n anti-militaristische inslag als hij.’ Door de mobilisatie tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt hij In 1916 opgeroepen en gestationeerd bij de Rijks Artillerie-Inrichting/Hembrug.

Bij het Staatsbedrijf der Artillerie-Inrichting vond de grootste staking plaats in deze oorlogsperiode. Bij de ‘Hembrug’ zoals het bedrijf in Zaandam ook wel werd genoemd werden wapens en munitie geproduceerd en het viel onder het ministerie van Oorlog. Gedurende de oorlog steeg het aantal burger personeelsleden sterk tot ruim 3000 man.

ScreenshotIn Amsterdam bezoekt Dirk Schilp een vergadering van de bond van losse werklieden, wordt lid en gelijk gekozen in het bestuur van de afdeling Zaandam. De productie van munitie en geweren is, vanwege de oorlog, hoog. Er wordt goed verdient aan de oorlog. Schilp is actief en organiseert de losse werklieden bij de Hembrug per afdeling. Naast algehele ontevredenheid met de lage lonen en de arbeidsomstandigheden zijn de directe problemen dat er teveel mensen in te kleine ruimten, zonder ventilatie werken. De werklieden leggen het werk neer en na overleg met de directie wordt er iets aan gedaan. Zo kan er dus door de arbeiders iets aan hun omstandigheden gedaan worden

Maar de onrust blijft, een kleine aanleiding is al genoeg voor actie. Het transport van de arbeiders, vanuit Amsterdam, in propvolle veewagens naar de Hembrug, leidt tot oproer. Uit protest gaan de arbeiders lopend naar hun werk. Maar er is meer.

Vanaf het uitbreken van de oorlog waren er tekorten aan voedsel in de oorlogvoerende landen. Rond 1915 trof de voedselschaarste ook ons land en gingen aardappelen op de bon. Als in Amsterdam, onder aanvoering van huisvrouwen, het ‘Aardappeloproer’ uitbreekt leggen de havenarbeiders uit solidariteit het werk neer. Dirk Schilp: ‘Toen had je die aardappelrelletjes. Die ontstonden niet, zoals men misschien zou denken, omdat er een tekort was. Nee, ze ontstonden omdat er wel aardappels waren, maar de mensen ze niet kregen. Die nieuwe aardappeltjes zouden naar Engeland en Duitsland verscheept worden. En wie hadden dat in de gaten? De moeders van de hongerende kinderen, die zagen het. Dat ging als een lopend vuurtje. Onmiddellijk werd er in de haven gestaakt.’ Het oproer wordt in de stad door marechaussee en politie met harde hand neer geslagen. Er valt zelfs een dode, het gemeentebestuur grijpt in en de aardappelen worden onder de hongerende Amsterdammers verdeeld.

De foto is genomen op de Groenmarkt in Amsterdam We zien op de achtergrond een charge van de politie bij een plundering van aangevoerd eten.(foto Het Leven).

Al eerder in 1916 en ook weer in juli 1917, tijdens het aardappeloproer was het onrustig bij de Hembrug. 

De vakbonden die in die periode streden voor verbetering van de rechten van de arbeiders zagen, in de groeiende sociale onrust een kans om verbetering van de arbeidsvoorwaarden te eisen. Op 4 juli 1917 staakte een deel van het personeel van de Hembrug en van de marinewerf in Amsterdam. Bij het vertrek van de nachtploeg naar de Hembrug werden de ‘onderkruipers’ door stakers met stenen bekogeld.

In Amsterdam kwam het regelmatig tot relletjes als de werkwilligen met de trein ’s avonds naar huis terugkeerden. De Schager Courant meldde op 15 mei; “Reeds op het Stationsplein was veel publiek aanwezig, waarvan de gezindheid bleek, toen de eerste groep werklieden onder politiebegeleiding het plein opkwam. Het publiek werd uiteengedreven, maar schoolde samen bij de Nieuwebrug, Martelaarsgracht en Prins Hendrikkade, ten einde de groepen werkwilligen op te wachten.”

werkwilligen onder begeleiding van politie

Op de foto verlaten werkwilligen onder politiebegeleiding het treinstation. (foto Hembrugmuseum)

En dan barst op 18 april 1918 de bom. De Algemene Bond van Losse Rijkswerklieden (ABLR) roept de staking uit.  Aanleiding waren de lange werktijden. Van maandag tot vrijdag werden er twaalf uren en op zaterdag tien uren gewerkt en men was gemiddeld 82 uur per week van huis. Aan de stakingsoproep werd, naast Amsterdam ook gehoor gegeven in Zaandam, Delft en Woerden. In de Heldersche Courant van 18 april wordt gesproken over 1500 à 2000 stakers. Een stakersvergadering in Amsterdam werd door 700 stakers bijgewoond.

Opstand-Harskamp-foto NIMH

In 1918, groeit de onrust onder arbeiders en soldaten. Bij een muiterij wordt de legerplaats de Harskamp in brand gestoken. Mede door de Russische revolutie hopen de radicale bonden dat het in Europa tot een algemene staking zal komen. Bij de Hembrug blijven de arbeidsomstandigheden  een punt van verzet.

Foto – Na de opstand in legerplaats De Harskamp (foto NIMH)

Aanleiding voor de staking was de acht-urendag. Als ze ons dat schilponmiddellijk hadden gegeven, hadden we raar opgekeken, vertelt Schilp later.  Maar de overheid grijpt niet in bij de Hembrug.  De overheid gaat ervan uit dat de staking zichzelf zou smoren. De bond heeft ook wel in de gaten dat de vraag naar munitie zal afnemen. En zo geschiedde; de staking verloopt in mei.

Toen de staking op 23 mei werd beëindigd was er maar weinig bereikt. De werktijden werden aangepast. In juli werden de uren door de week met 1 uur verminderd en die op zaterdag met 2 uur ingekort. Maar binnen de vakbeweging blijft deze staking omstreden omdat de radicalen niet aantoonden dat Nederland rijp was voor revolutie. Voor de gematigde vakbeweging was het speelveld vertroebeld door dit soort korte stakingen die maar weinig resultaat hadden.
Schilp heeft nooit begrepen dat de socialisten in Nederland, en in de rest van Europa dit moment voorbij hebben laten gaan. De revolutie lag voor het grijpen.

Uit:        Dromen van de revolutie – Dirk Schilp en Joop van Tijn.